Recht voor ú

Het Softenonfonds – naderende deadline voor indiening aanvraag voor vergoeding

Sinds 2019 kunnen slachtoffers van Softenon een aanvraag indienen voor het bekomen van een forfaitaire schadevergoeding. Het HZIV, de instantie die beslist over de gegrondheid van de aanvragen, werd recent door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel teruggefloten.

Wettelijk kader

Bij wet van 5 mei 2019 werd een Softenonfonds opgericht waarbij directe en indirecte slachtoffers van Softenon tot mei 2021 een aanvraag kunnen indienen bij het HZIV. Deze aanvraag moet vergezeld worden van ‘elke nuttig stuk waaruit blijkt dat de aanvrager lijdt aan de aangeboren misvormingen die het gevolg zijn van het innemen van geneesmiddelen met thalidomide door de moeder tijdens de zwangerschap’.

Bij een positieve beslissing van het HZIV heeft het direct slachtoffer recht op een automatische vergoeding van 125.000 €. Deze vergoeding wordt betaald door de FOD BOSA.


Rechtspraak

Bij een vonnis van de Nederlandstalige Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel van 23.02.2021 werd een weigeringsbeslissing van het HZIV vernietigd.

Het slachtoffer had een aanvraag ingediend bij het HZIV dat gevoegd was van verschillende medische attesten die bevestigden dat zijn afwijkingen het gevolg waren van de inname van het geneesmiddel Softenon (met als werkzame stof thalidomide) door de moeder tijdens de zwangerschap.

Het HZIV weigerde de aanvraag met de volgende motivatie: ‘uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat uw handicap niet overeenstemt met de aangeboren afwijkingen die veroorzaakt worden door thalidomide.’

Het slachtoffer consulteerde Advox Advocaten voor een gerechtelijke procedure tegen het HZIV.

De Rechtbank besloot dat het slachtoffer aan de hand van 3 recente medische verslagen van verschillende artsen voldoende bewijs levert dat hij een slachtoffer van Softenon is en zijn aanvraag ten onrechte werd afgewezen door het HZIV.

 

De bewijslast

Opmerkelijk aan dit vonnis is de beoordeling van de rechtbank dat zowel de benadeelde als het HZIV de bewijslast dragen.

Van zodra de benadeelde een aanvraag indient vergezeld van “elk nuttig stuk”, verschuift de bewijslast naar het HZIV om aan te tonen dat de misvormingen niet het gevolg zouden zijn van Softenon.

In casu is het HZIV er volgens de rechtbank aan de hand van een verslag van een interne arts niet in geslaagd het tegendeel te bewijzen.

De weigeringsbeslissing van het HZIV werd – zonder voorafgaandelijk advies van een arts-gerechtsdeskundige – vernietigd.

Het slachtoffer heeft bijgevolg recht op de forfaitaire schadevergoeding van 125.000 €.


Uiterlijke datum voor het indienen van een aanvraag

Graag wijst Advox Advocaten softenonslachtoffers erop dat de uiterlijke datum voor het indienen van een aanvraag bij het HZIV loopt tot 15 mei 2021.

Aanvragen die later ingediend worden, zijn niet ontvankelijk.

Meer informatie?

Bent u direct of indirect slachtoffer van Softenon en hebt u vragen over een aanvraag bij het HZIV of een eventuele gerechtelijke procedure?

Advox Advocaten helpt u hier graag mee verder.

U kan ons steeds vrijblijvend contacteren via secretariaat@advox.be of 03/633.30.77

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on print