Recht voor ú

Vlaams Decreet viseert de successieplanning via huwelijkscontract

Eén van de artikelen van het Decreet van 8 december 2017 heeft een zeer verregaand fiscaal gevolg voor de vele successieplanningen die gebeurden via het huwelijkscontract. Dit lijkt enigszins verrassend aangezien de federale wetgever juist deze planning aanmoedigt in het nieuwe erfrecht. Welke situatie wordt beoogd?

Op 14 december ll. werd het Decreet van 8 december 2017 houdende bepalingen tot verdere regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, diverse fiscale bepalingen, en de overname van de dienst van de belasting op spelen en weddenschappen, de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting op slijterijen van gegiste dranken gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.


De praktijk (tot op vandaag ?) 

Het is een veel voorkomend gegeven dat echtgenoten hun nalatenschap, en meer bepaald hun wederzijdse rechten, wensen te regelen via het huwelijkscontract.  De techniek bestaat er dan in een last te voorzien in het huwelijkscontract.

Een keuze- of een verblijvingsbeding met last laat de langstlevende echtgenoot toe te beschikken over meer dan hem of haar toekomt op basis van het erfrecht.  De kinderen krijgen dan een schuldvordering op de langstlevende echtgenoot ten belope van dit surplus.  Dit is belastbaar naar aanleiding van het eerste overlijden, maar is als passief op te nemen bij het tweede overlijden.

Bij een echtpaar dat gehuwd is onder het stelsel van scheiding van goederen is het gebruik van een verrekenbeding veel voorkomend.   Dit verrekening beoogt meestal dat de partner met het laagste inkomen, bij overlijden van de ander, een vordering krijgt op de nalatenschap.  Deze schuldvordering is als passief af te trekken van de nalatenschap.

Het nieuwe artikel 2.7.3.2.7 VCF

In het Decreet van 8 december 2017 wordt het volgende ingevoerd:

Aan titel 2, hoofdstuk 7, afdeling 3, onderafdeling 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een artikel 2.7.3.2.14 toegevoegd, dat luidt als volgt:

 

“Art. 2.7.3.2.14. Voor de inning van het successierecht worden andere schuldvorderingen dan de schuldvorderingen, vermeld in artikel 2.7.3.2.7, die voortkomen uit de toepassing van een beding in een huwelijksovereenkomst dat door de erflater en zijn partner is overeengekomen en dat betrekking heeft op de vereffening van hun huwelijksvermogensstelsel, niet in aanmerking genomen.”.

 

Deze aanpassing is vooral problematisch voor de toepassing van de verrekenbedingen.  De last kan immers niet meer opgenomen worden als passief van de nalatenschap zodat de erfgenamen wel volledig belast zullen  worden.  De langstlevende wordt op zijn/haar beurt niet belast op het verkregen voordeel.

Ook keuze- en verblijvingsbedingen worden getroffen, doch minder verregaand.  Hier zal de schuld niet meer worden opgenomen als passief bij het tweede overlijden, doch de belastbaarheid bij het eerste overlijden valt weg.  Geen passief bij het tweede overlijden, maar ook geen actief bij het eerste overlijden.

De inwerkingtreding – van toepassing op bestaande huwelijkscontracten

De wijziging treedt in werking 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.  Dit is inmiddels een feit.

De wijziging is onmiddellijk van toepassing op alle nalatenschappen die openvallen na de inwerkingtreding.  De wijziging of opname van het beding in het huwelijkscontract is van geen belang.

Gelet op de verregaand fiscale wijziging van de bedingen met last die worden opgenomen in het huwelijkscontract is het belangrijk om uw huwelijkscontract te laten nazien en eventueel aan te passen.  Dit is ook het geval voor de Nederbelgen.  De opnames van dergelijke bedingen is gebruikelijk in Nederland.  Wanneer zij overlijden in Vlaanderen, zullen zij nu geconfronteerd worden met de fiscale gevolgen ervan.

Onze specialisten bekijken dit graag samen met U.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on print